Natuurlijke bodem

De natuur herstelt zichzelf
Stel je voor dat je negen stoeptegels weghaalt. Daaronder vind je vanzelfsprekend vast gestampt wit zand. Je zou denken: daar groeit nooit meer wat. Niets is minder waar. Zelfs op wit zand zul je na korte tijd de eerste pioniers zien verschijnen. Bijvoorbeeld paardenstaart, berk, stinkende gouwe en tenslotte bos.

Het zelfherstellend vermogen van de natuur is enorm áls je de bodem met rust laat. Bomen en bosplanten halen de voeding diep uit de grond. Zonlicht, water en voedingsstoffen zorgen voor nieuw blad. En het vallende blad voedt de aarde weer. Het idee dat bos bemest zou moeten worden komt niet bij ons op. Bos heeft ingrijpen van de mens niet nodig!

In grote lijnen zijn deze principes verplaatsbaar naar de natuurlijke moestuin:

1. Volgens de werkwijze van Ernst Götsch kan de bodem zichzelf voeden door ‘chop en drop’ toe te passen; op het hoogtepunt van de bladvorming wordt snoeisel of de niet-gewenste plant met wortel en al, op de bodem gelegd. In een groentetuin kun je ook nog compost, gras of ander organisch materiaal opbrengen. Dit heet mulchen. De bodem droogt dan niet uit en bevat voedsel voor pieren en ander bodemleven. Pierenpoep bevat veel mineralen en voedingsstoffen en verrijkt op een natuurlijke wijze de bodem.
2. Heel veel groenten hebben een zelfzaaiend vermogen zoals veldsla, rucola en boerenkool. (link) Als je niet alleen oogst maar ook een klein aantal planten laat uitbloeien, hoef je zelf niet te zaaien en groeien er vanzelf weer jonge plantjes precies op het goede moment. De natuur heeft zijn eigen ritme waar we op kunnen vertrouwen.
3. Daarnaast kun je vaste groenteplanten zoals rabarber, aardbeien, Brave Hendrik en asperge in je tuin poten. Ook hier hoef je weinig in te grijpen en geven de planten vanzelf hun vruchten af.

Ook in een voedselbos doet de natuur vanzelf z’n werk:

Een weiland verandert in een tijd van vijf jaar vanzelf in een bos. Om er een voedselbos van te maken kun je ook weer het principe van ‘chop en drop’ toepassen. Daarbij  kunnen dan verschillende lagen worden gezaaid en aangeplant. Bomen, struiken, kruidachtigen, bollen, knollen, klimmers en paddestoelen.  Van hoog naar laag bijvoorbeeld tamme kastanje, walnoot, mispel en moerbei, appel, kers en peer, veredelde hazelaars, vlier, zonnewortel, bramen, frambozen, bessen, hondsroos en …

Verbouwen op deze manier stimuleert de biodiversiteit. Er ontstaat meer bodemleven wat ook de vogels voedt. De bloemen van de zelfzaaiers en de vaste groenten zijn aantrekkelijk voor bijen.  Een natuurlijk bos of een natuurlijke tuin bevat minstens zoveel dieren als een natuurgebied. Elk insect en iedere slak, pad en vogel heeft z’n functie in het systeem.

Verbouwen op een natuurlijk bodem betekent samenvattend het toepassen van drie basisprincipes:
– De bodem met rust laten;
– De grond beschermen en voeden met organisch materiaal (mulchen);
– Respect voor biodiversiteit en vertrouwen in een natuurlijke balans.

De uitdaging is dus mee te bewegen met deze natuurlijke processen. Dit levert een bodem met gezonde planten, rijk aan mineralen en voedingsstoffen. Een grote verscheidenheid aan eetbare producten. En het vertrouwen dat we als onderdeel van de kringloop in de natuur ons deel gebruiken zonder de aarde berooid achter te laten. We nemen (oogsten) niet alleen maar we geven (voeden) ook.